Interim management

Lang genoeg om iets neer te zetten.
Kort genoeg om los te laten.

1 tot 1,5 jaar. 2 à 3 dagen per week. Genoeg ruimte om binnen te komen — genoeg afstand om u en uw team eigenaar te laten blijven.

  • 01 Interim manager
  • 02 Kwartiermaker
  • 03 Adviseur
  • 04 Projectleider
Wie belt mij

Drie aanleidingen die ik steeds opnieuw tegenkom.

01

Na een vertrouwenscrisis, fusie of reorganisatie

“We hebben net een fusie gehad. Nieuw directieteam, we kennen elkaar te weinig — het loopt niet.”

Verschillende eilandjes, medewerkers die elkaar niet (meer) vinden. Onderaan de streep: de vraag wie hier eigenlijk de leiding pakt, en in welke vorm.

02

Een afdeling die zich snel moet aanpassen

“Heel veel nieuwe medewerkers — nog geen gezamenlijke koers, werkwijze en taal.”

Een nieuwe inhoudelijke opdracht, heel veel nieuwe medewerkers in het team, nog geen gezamenlijke koers, structuur, werkwijze en taal. Vaak een afdeling beleid of crisisbeheersing, die in korte tijd moet veranderen.

03

Een nieuw organisatieonderdeel opzetten

“Er ligt een besluit, een organisatieplan. Nu moet het in de praktijk zijn beslag krijgen.”

Implementeren — van papier naar de praktijk. Medewerkers aannemen, rollen en mandaat verdelen, een leiderschapsprogramma ontwerpen en uitvoeren of een werkwijze neerzetten die ook draait als ik weg ben.

Vier rollen

Welke pet ik op heb, hangt af van wat de klus vraagt.

  1. Interim manager

    Tijdelijk aan het roer van een team of afdeling. Beslissingen nemen, koers houden, medewerkers meenemen, verbinden en vertrouwen herstellen — tot er een nieuwe vaste manager is aangenomen.

    Tijdelijk leidinggevend
  2. Kwartiermaker

    Een nieuwe organisatie of afdeling in de praktijk realiseren. Profielen ontwerpen, medewerkers aannemen, kernwaarden bepalen, een werkwijze en werkcultuur neerzetten.

    In de praktijk realiseren
  3. Adviseur

    Naast de zittende leidinggevende, niet ervoor. Sparringpartner voor de bovenstroom én de onderstroom — en voor het ongemak dat daartussen zit.

    Naast de leiding
  4. Projectleider

    Voor een afgebakend programma met einddatum — een fusie-traject, een nieuwbouw, een transitie of een leiderschapsprogramma. Resultaat opleveren, dan weer weg.

    Met einddatum
Het ritme

Aanwezig zijn — en weer afwezig.

De cadans is bewust. 2 à 3 dagen per week, anderhalf jaar lang. Genoeg om in te dalen, genoeg om eruit te stappen — en om zelf in balans te blijven.

  1. 01

    Binnenkomen

    De eerste maanden voer ik persoonlijke gesprekken met iedereen die ertoe doet — bestuur, leidinggevenden, sleutelfiguren op de werkvloer. Nog geen plannen, geen targets. Bedding vinden.

  2. 02

    Het werk

    Daarna ga ik aan de slag, maar nooit voltijds. 2 à 3 dagen per week, bewust niet meer — om niet meegezogen te worden in bestaande dynamieken en objectief te kunnen blijven kijken. De dagen dat ik er niet ben, zijn net zo belangrijk als de dagen dat ik er wel ben.

  3. 03

    Uitstappen

    Vanaf maand 12 begin ik af te bouwen. Steeds minder dagen, steeds meer overdracht. De bedoeling is altijd: het team kan het zelf — en na een zorgvuldig afscheid is er ruimte, voelt mijn vertrek als betekenisvol en niet als een gemis.

Vier cases

Wat er staat als ik weer vertrek.

Een verstard brandweerteam — weer in beweging.

Een brandweermanagementteam waar door allerlei gebeurtenissen in het grotere systeem — op bestuurlijk en directieniveau — veel onrust en gebrek aan vertrouwen was. Dat vertaalde zich naar een soort verstarring en gebrekkige communicatie in de hele brandweerorganisatie.

Mijn opdracht: de uitwisseling en beweging weer op gang brengen, voordat de nieuwe vaste manager werd aangetrokken. Na persoonlijke kennismakingsgesprekken organiseerde ik een respectvol afscheid van de vorige manager en bracht weer verbinding in het team tot stand. Het team werd zich bewust van het ontstane patroon en we bepaalden samen een nieuwe koers, passende rollen, competenties en gewenst gedrag.

Resultaat: een team dat meer eigen verantwoordelijkheid nam en ging staan voor een gezamenlijke aanpak van problemen in de brandweerorganisatie. En meer vertrouwen van het bestuur in dit brandweermanagement.

Wat ik bewust niet doe

De keuzes die het verschil maken.

  • Geen brandjes blussen — ik kom voor de structuur, niet voor de crisis
  • Geen permanente plek — ik faseer altijd uit
  • Niet overnemen — medewerkers blijven verantwoordelijk voor hun eigen gedrag
  • Geen klus korter dan een jaar — daar is geen bedding voor te vinden
  • Niet alle dagen aanwezig — uit het systeem stappen hoort bij het werk
  • Geen status-quo opdrachten — als de vraag is alles te laten zoals het is, kom je bij de verkeerde

Speelt er iets — een fusie, een groei, een nieuwe afdeling.

Laten we eerst even kijken.

Een korte kennismaking om te kijken wat speelt en of we elkaar passen.